Je kunt wel op zoek zijn naar een slang, maar de natuur heeft zo z’n eigen verrassingen, en soms kom je iets nog veel leukers tegen…

De natuur valt niet te scripten, en je weet nooit wat je tegenkomt. Ik loop door het oerwoud van India, op zoek naar koningscobra’s. Het heeft de hele nacht geregend en de jungle is warm en vochtig. Ideaal voor slangen. Dan zie ik boven me iets van de ene naar de andere boom vliegen. “Een vliegende hagedis!”, schreeuw ik. Ik knal de boom in en krijg hem te pakken. Te gek! Deze dieren vliegen van boom tot boom door het oerwoud en hoeven daardoor bijna nooit meer op de grond te komen. Beter ook, want daar zitten alle roofdieren!

Bomen bewaken
Eigenlijk vliegen ze niet, maar zweven ze. De vleugels worden gevormd door grote huidflappen
met vijf lange, beweeglijke ribben. Als ze uit een boom springen, flappen ze die uit. Daarna sturen ze als kleine acrobaatjes precies daarheen waar ze naartoe willen. Mannetjes als deze hebben als territorium meestal een paar bomen die ze fel verdedigen. Als kleine patrouillerende soldaatjes vliegen ze tussen ‘hun’ bomen heen en weer om deze te bewaken. De vrouwtjes hebben geen territorium en leven tussen de mannetjes. Ik laat deze jongen weer vrij in zijn boom en loop verder. Wie weet wat ik hierna nog tegenkom!?