Madagaskar is al 165 miljoen jaar geïsoleerd van de rest van de wereld. Daardoor leven er talloze unieke diersoorten. Een van de bekendste is wellicht de ringstaartmaki.

Met zijn zwart en wit geringde staart is de ringstaartmaki niet te missen! Het is een halfaap. Halfapen zijn primitieve primaten die op apen lijken, maar dat niet zijn. Deze maki’s zijn heel sociaal en leven altijd in grote groepen van soms wel dertig dieren. Ze hebben grijphanden – die heel erg op die van ons lijken! – en grijpvoeten waarmee ze als ware acrobaten makkelijk in bomen kunnen klimmen en van de ene boomtak naar de andere kunnen springen.

Zowel de mannetjes als de vrouwtjes hebben grote, speciale geurklieren. Maar de mannetjes hebben er meer. Die hebben deze klieren op hun polsen, op hun borst en rond hun kont. De geur gebruiken ze om met elkaar te communiceren, maar ook om aan een andere groep maki’s duidelijk te maken: “Dit is ons territorium, dus scheer je weg!”

Stinkgevecht

De mannetjes kunnen deze speciale klieren ook als wapen inzetten. Als een mannetje ruzie heeft – over bijvoorbeeld een territorium, een fruitboom of een vrouwtje – staat hij recht tegenover het andere mannetje. Hij wrijft dan zijn lange, dikke staart over deze klieren heen om zoveel mogelijk vieze geur op de staart te krijgen. Daarna wuift hij zijn bevuilde staart richting zijn tegenstander. Soms vlucht het andere mannetje. Andere keren doet die hetzelfde terug, en dan kan zo’n stinkgevecht in totaal wel een uur duren. De maki’s kunnen uiteindelijk aan de geur bepalen welk mannetje sterker is. In de wereld van de maki’s geldt dus: wie niet sterk is, moet gewoon hard stinken!