Duiken is fantastisch en voor mij is de onderwaterwereld een magische plek. 

Een van de dingen die me altijd zullen bijblijven is de ontmoeting met ‘mijn’ eerste pijlstaartrog voor de kust van Zuidoost-Australië. Tijdens het duiken zie ik een blauw gestippelde pijlstaartrog van een halve meter op de zeebodem liggen. Ik laat wat lucht uit mijn vest, zak zachtjes naar beneden, en ga op de bodem naast hem liggen. Met zijn felgele ogen kijkt hij mij aan. De kleine, lichtblauwe vlekjes op zijn rug zijn een teken aan mij – en de overige oceaanbewoners – dat hij giftig is. Hij heeft namelijk een gifstekel in zijn staart, die hij snel omhoog zwiept als hij zich bedreigd voelt. Uitkijken dus! Als ik voorzichtig een stukje dichterbij schuif, kan ik nog iets gaafs van nabij zien: de meeste vissen halen adem door zuurstofrijk water binnen te zuigen via de mond, maar omdat roggen voornamelijk op de bodem leven, zou hij daarmee een hap zand binnen-krijgen. In plaats daarvan heeft hij achter elk oog een zuiggat, waardoor hij water naar binnen zuigt. Helemaal aangepast aan het leven op de zeebodem dus, prachtig! Ik geniet nog even en zwem weer verder de onderwaterwereld in.