Ik rijd door de woestijn van Australië, en ineens is het bingo… Want ik sta oog in oog met mijn eerste dingo! En wat is het een prachtig exemplaar.

De legendarische wilde hond van Australië, de dingo, is een ondersoort van de grijze wolf, en het grootste landroofdier van dit continent. Dingo’s kwamen oorspronkelijk alleen voor in Azië, maar zijn ongeveer 4.000 jaar geleden door mensen naar Australië meegenomen. Het exemplaar dat ik ontmoet is waarschijnlijk een jong mannetje, want die leven (net als bij grijze wolven) vaak alleen en leiden een zwervend bestaan. Wanneer de mannetjes wat ouder zijn, voegen ze zich bij een bestaande groep dingo’s of proberen ze er zelf een op te richten.

Schapendoders
Dingo’s communiceren net als wolven met elkaar door te huilen. Ze worden zo groot als een middelgrote hond van tien tot twintig kilo, en jagen op alles wat kleiner is, zoals konijnen, hagedissen, vogels en knaagdieren. Maar in een groep gaan ze ook achter kangoeroes en schapen aan. Een groep dingo’s kan op een nacht met gemak tientallen schapen doden, waarvan ze vervolgens slechts een gedeelte opeten. Dit tot grote frustratie van schapen-boeren in Australië.

Het dingohek
Om de vele schapen in zuidelijk Australië te beschermen, is er in 1880 een enorm hek gebouwd van 5.320 kilometer lang en overal bijna 180 cm hoog. Dit hek vormt een complete barrière tussen noordelijk en zuidelijk Australië en hierdoor nam de populatie dingo’s ten zuiden van het hek af. Het is nog steeds de langste door de mens gebouwde afscheiding ter wereld. De dingo voor mijn auto kijkt mij nog even aan en loopt vervolgens kalm verder en verdwijnt in de woestijn, op zoek naar eten of misschien wel naar een groep om zich bij te voegen. Het is een geweldig gezicht!