Dat katten lenig zijn weet iedereen. De Afrikaanse serval spant echter de kroon: die is met zijn lange poten en slanke lichaam gebouwd om maar liefst drie meter ver te springen!

Servals zijn niet erg groot, ze worden maximaal een meter lang, 60 cm hoog en achttien kilo zwaar. En ik ben er een groot fan van! Dat komt denk ik voor een groot deel door hun bijzondere bouw. Ze staan heel hoog op de poten (hoger dan veel andere
katachtigen) en hebben zeer grote oren. Vooral dat laatste maakt ze erg schattig! Maar voor servals zijn grote oren onontbeerlijk om te overleven op de Afrikaanse savanne. Ze jagen namelijk meestal ’s avonds, en hun grote oren fungeren net als radarschotels. Hiermee vangen ze zelfs de meest subtiele geluidjes op die de prooien maken.

Kleine acrobaten
Zo kunnen servals kleine zoogdieren of reptielen horen die verstopt zitten in het hoge gras of zelfs in een ondergronds gangenstelsel. Hierdoor kan de serval op deze prooien jagen zonder dat hij ze ziet! Als hij wat hoort, sluipt hij er voorzichtig heen. Als hij even niet meer weet waar hij naartoe moet, stopt de serval voor enkele minuten en luistert hij aandachtig met zijn ogen dicht. Hij nadert zijn prooien uiteindelijk tot een meter of drie, springt er vervolgens bovenop met een prachtige ‘verticale hop’ en drukt ze met zijn voorpoten tegen de grond. Sommige servals weten op deze manier zelfs vliegende vogels of insecten uit de lucht te grijpen. Het zijn wat dat betreft net kleine acrobaten!