De sidderaal is een van de gevaarlijkste vissen ter wereld. Daarom staat hij op mijn lijst van Freeks Favorieten, een tentoonstelling die nu te zien is bij Naturalis in Leiden.

Sidderalen zijn zoetwatervissen die voorkomen in Zuid-Amerika. Ze worden 2,5 meter lang, en 20 kg zwaar. Ook al zien ze eruit als palingen, evolutionair gezien zijn ze meer verwant aan karpers en meervallen. Tijdens mijn reis door Suriname heb ik ze vele malen gezien, ik ben gek op ze! Ze leven vooral in troebel, ondiep en modderig water in stroompjes en beekjes in het regenwoud. In dat water zit weinig zuurstof en om daar te kunnen overleven doen ze iets heel bijzonders. Om de tien minuten steken sidderalen hun kop boven water uit; ze nemen een hap lucht, stuwen dat door de kieuwen en zakken weer naar de bodem. Op deze manier halen ze 80% van de zuurstof die ze nodig hebben uit de lucht, en slechts 20% uit het water.

Jagen met stroom
Het lichaam van de sidderaal is bezaaid met speciale cellen die stroom opslaan als kleine batterijtjes: elektrocyten. Wanneer een sidderaal zich bedreigd voelt, ontladen deze cellen tegelijkertijd de opgeslagen stroom, wat een grote schok teweegbrengt. Die is sterk genoeg om een mens te doden. Maar de aal gebruikt de stroom ook om te jagen. Hij verlamt dan kleinere vissen, zodat hij die op kan eten. Sidderalen gebruiken zelfs kleine stroomstootjes om net als een radar te kunnen navigeren in het donkere en troebele water. Cool! Daarom behoort de sidderaal tot mijn favorieten.