Ik loop in Zuid-Afrika over de savanne, als ik ineens iets kleins zie bewegen. Het is een steenbok!

Steenbokken worden slechts zo’n twee keer zo groot als de gemiddelde huiskat, bij een gewicht van ongeveer 15 kg. Schattig! Ik zie dat dit een mannetje is, want alleen de mannetjes hebben twee kleine hoorntjes op hun kop. Er leven in Afrika rond de honderd antilope-soorten, en vergeleken met sommige anderen – waarbij de hoorns één tot twee meter groot kunnen worden en levensgevaarlijk kunnen zijn – vind ik deze nog best lief! De hoorntjes van een mannetjes steenbok worden elk ongeveer zo groot als een balpen. Bij de diverse antilopesoorten is de grondregel: hoe vaker de hoorns worden gebruikt ter verdediging en in onderlinge gevechten tussen de mannetjes, hoe groter ze zijn.

Minder knokken: kleinere hoorntjes
Steenbokken vechten dus wat minder vaak, waardoor ze ook wat kleinere hoorntjes hebben gekregen. Dit beest kijkt me rechtstreeks aan en analyseert of ik een bedreiging vorm. Dat snap ik wel, want met dat formaat is hij op de savanne een wandelende hamburger voor jakhalzen, luipaarden, cheeta’s, wilde honden en nog veel meer. Als een steenbok gevaar voelt, duikt hij eerst ineen in het gras of in de bosjes, om zo min mogelijk op te vallen. Als het gevaar toch dichterbij komt vlucht hij in een soort zigzagbeweging in de hoop zijn belager af te schudden. Terwijl hij op de vlucht is, stopt hij geregeld om achter zich te kijken of het gevaar nog op hem af komt. Dat komt waarschijnlijk doordat veel roofdieren het vaak snel opgeven, en de kans dan groot is dat de steenbok tijdens het vluchten regelrecht in de bek van een ander roofdier rent. In de natuur is namelijk niets zonder reden! Maar deze jongen ziet in mij geen gevaar, en loopt rustig verder.